Hoorbare kwaliteit issues

Ondanks dat de kwaliteit/bitrate waarden van de audio in het videobestand hoog genoeg zijn voor op zender, klinkt de audio kwalitatief onvoldoende om uit te zenden. Eén van de volgende vier dingen kan er aan de hand zijn:

  1. De kwaliteit instellingen van de output mogen dan wel goed en hoog zijn, maar ergens in het productie proces is een lage kwaliteit instelling of bronbestand gebruikt. Met kwaliteit instelling bedoelen we instellingen omtrent bitrate of bestandsgrootte. Bitrate is de hoeveelheid computer data (bits) per seconde om een video op te slaan. Meer informatie hierover zie 2.8 Lage audio/video bitrate. Kleine bestanden en lage bitrates hebben altijd mindere kwaliteit tot gevolg, omdat de software heel veel details moet ‘weggooien’, wat resulteert in vervormingen in met name de hoge tonen. Het bestand kan anders niet zo compact opgeslagen worden. Controleer of in het hele productie proces (opname/bronbestanden, montage/effect en export) hoge kwaliteit instellingen gehanteerd worden.  
  2. De audio klinkt ‘overstuurd’. Het oversturen van audio, ook wel ‘clipping’ genoemd, houdt in dat de audio té hard (te hoog volume) is opgenomen. Of het volume is ergens in het productieproces te hard ingesteld waardoor er een kraak ontstaat. Audio (geluid) is een trilling die bij analoge elektronische verwerking als een wisseling in de spanning verwerkt/verstuurd wordt. Digitaal worden deze spanningen als digitale waarden opgeslagen. In beide gevallen is er een maximum wat de audio uit kan slaan. Ga je daar overheen, dan worden de topjes van de audiogolf afgekapt, wat de kraak in de audio veroorzaakt. Audiometers geven dit vaak aan met een bovenste lijn of rode ‘clipping’ indicatie die aan gaat, om aan te geven dat de audio té hard is. Controleer alle volume instellingen in het hele proces, of er niet ergens een instelling verkeerd staat.



    Naast het audiosignaal heeft ook een microfoon een maximum. Het membraan die de trilling van de lucht vastlegt heeft een bepaalde maximale ruimte waarbinnen het kan uitslaan. Ook hier kan oversturing ontstaan. Helaas is dit minder goed achteraf op te lossen.
  3. Er zit heel veel ruis in de audio. Dit kan omgevingsgeluid zijn zoals geroezemoes, de wind door de bomen, of lucht ventilatie die hoorbaar is. Maar ook signaalruis. Bij élke opname is er ruis dat er heel zachtjes onder ligt. Maar als de opname zelf óók zo zacht is, zal die achteraf enorm versterkt moeten worden, waardoor de ruis ook mee wordt versterkt, en dan heel duidelijk hoorbaar is. De signaal-ruis verhouding is dan veel te klein. Zorg voor gebruik van goede audio registraties met zo min mogelijk ruis. Controleer verder alle instellingen in het productieproces, zodat er niet onderweg onnodig ruis ontstaat. Verder kan er gebruik gemaakt van digitale ‘anti-ruis’ filters  om de ruis te verminderen. Stel deze niet te ‘agressief’ in, want dan kunnen er weer andere nare vervormingen in de audio ontstaan.

  4. In de audio is heel veel galm van de omgeving hoorbaar. Dit kan komen doordat de microfoon te ver van het daadwerkelijk op te nemen geluid heeft gestaan. Hierdoor is dit geluid te zacht tegenover het omgevingsgeluid. Daarbij is er dan ook veel meer galm van de ruimte hoorbaar. Dit is heel nadelig voor de algehele kwaliteit en verstaanbaarheid van de video. Er zijn mogelijkheden om dit achteraf iets te herstellen in de audio montage, maar dat tot zekere hoogte. Raadpleeg de documentatie van de montage- of audio software over mogelijkheden daartoe. Maar een goede registratie van de audio is en blijft heel belangrijk voor de kwaliteit van het uiteindelijke resultaat. Check ook in de montage of er niet per ongeluk een audiokanaal van bijvoorbeeld een cameramicrofoon aan staat (in plaats van een dasspeld- of handmicrofoon), en onnodig gemengd wordt in het geluid.

    Voor op zender is het nodig dat geluid zo zuiver en ‘clean’ mogelijk is. Het gehoor is ook kritischer dan het zicht, dus houd daar in de productie rekening mee.